Wijzigingen Participatiewet moeten beter zodat werken écht loont

Wijzigingen Participatiewet moeten beter zodat werken écht loont

 

Werk-shutterstock_570667021‘Je voelt je een probleem, in plaats van iemand met een probleem die op een juiste manier geholpen wil worden’. En: ‘De regels om ondersteuning aan te vragen en te verantwoorden (rapportage) verschillen per gemeente. Je moet overal zelf achteraan bellen en je hebt verschillende schakels nodig om de persoon te bereiken.’ Het zijn slechts twee opmerkingen uit zeven interviews die de Landelijke Cliëntenraad (LCR) presenteert bij de cliëntentoets wijzigingen Participatiewet. De conclusie van de LCR: voor veel mensen met een beperking is de Participatiewet een mismatch. De LCR benoemt in de cliëntentoets de belangrijkste knelpunten én aanbevelingen.

IJkpunten

De LCR kan niet anders dan de vier ijkpunten van het ministerie van SZW toejuichen. Het accent moet, wat de LCR betreft, vooral ook op werkgevers én werkzoekenden/werknemers liggen. Want: het moet eenvoudiger worden voor werkzoekenden en werkgevers. Werken moet aantrekkelijker worden voor mensen met een beperking. Daarnaast moeten werkgevers en werkzoekenden elkaar gemakkelijker kunnen vinden. En alle maatregelen moeten bijdragen aan duurzaam werk.

Verschillende procedures

Voordat dit kan worden gerealiseerd, moet er veel gebeuren, zo vindt de LCR. Een van de belangrijkste punten is het gebrek aan uniforme regels voor allerlei voorzieningen. ‘Elke gemeente maakt eigen regels’, stelt LCR-voorzitter Amma Asante. ‘Dat betekent dat zowel werkgevers als werkzoekenden te maken kunnen krijgen met verschillende procedures bij bijvoorbeeld de berekening van loonkostensubsidie. Wie verhuist maar wel bij dezelfde werkgever blijft, moet opnieuw aan de slag. We zien dat het anders kan. Sommige gemeenten bieden burgers aan om zaken als verrekening van inkomsten, toeslagen en het voorkomen van navorderingen op te pakken. Daarmee worden administratieve barrières weggenomen.’

 

Vrouw, 31 jaar:

Ik heb een coach die mij goed kan uitleggen welke regelingen, subsidies en instrumenten voor mij beschikbaar zijn. (…) Van mijn manager en een aantal collega’s heb ik meer begrip gekregen dan van heel UWV.

 

Inclusietoeslag

De nieuwe vrijlatingsregeling waarbij mensen een deel van hun inkomen mogen houden voordat op een uitkering wordt gekort, zou vooral naast de ijkpunten van SZW gehouden moeten worden. Vooral mensen met een medische urenbeperking worden er nooit beter van. Wie een arbeidsbeperking heeft, heeft die vaak langdurig. Met een tijdelijke vrijlatingsregeling zijn zij niet geholpen.

Amma Asante: ‘We zien wel oplossingen. Mensen met een urenbeperking zou je een inclusietoeslag kunnen bieden zodat zij een aanvulling tot het wettelijk minimumloon kunnen krijgen. Zoiets zou ook geregeld kunnen worden via een aangepaste loonkostensubsidie. Als die (behoorlijk) wordt verhoogd, kunnen mensen zich echt uit de uitkering werken. We zien dat het huidige voorstel niet goed genoeg is om te voldoen aan het VN-verdrag voor mensen met een handicap. Als zij onder het wettelijke minimumloon verdienen, kunnen ze niet zelfstandig gaan wonen of ontplooien in de Nederlandse samenleving.’

  

Coach: 

Als wij na een gesprek met een kandidaat en werkgever een gesprek aan gaan met gemeente X, dan komen we in een Kafkasituatie terecht. Als we al ver zijn met een werkgever, dan kost het heel veel moeite om ondersteuning aan te vragen bij een gemeente. Omdat ze zelf niet de regie hebben, weten gemeenten niet goed hoe ze met dit verzoek om moeten gaan. Vaak nemen ze een beslistermijn van zes weken. De tijd die beslissingen vergen en de onzekerheid of de voorziening wel wordt toegekend, zin niet echt een stimulans.

 

Maatwerkvoorziening

Een laatste punt voor de LCR is de aanvraag van ondersteuning op maat. Uit de interviews die bij cliënten of bemiddelaars zijn afgenomen komt naar voren dat de aanvraag van voorzieningen een drama is. Procedures bij gemeenten zijn anders dan bij UWV en sluiten niet of slecht op elkaar aan. ‘Dat merken werkzoekenden, maar vooral ook werkgevers’, zegt Asante. ‘Veel gemeenten weten al niet hoe zij om moeten gaan met een aanvraag voor een maatwerkvoorziening. Als een werkgever of werknemer te maken krijgt met een verhuizing naar een andere gemeente kan de hele procedure weer opnieuw beginnen. Want: uniformiteit is ver te zoeken.’

 

Coach:

Overwogen zou moeten worden of een jobcoach niet een meeneembare voorziening moet zijn voor mensen met bepaalde beperkingen. We tuigen nu een heel groot vertragend circus op dat niet ingesteld is op dienstverlening aan de cliënt. Bijvoorbeeld als je eerst op projectbasis werkt en dan weer vast, of je cliënt gaat verhuizen van de ene gemeente naar de andere gemeente. Op deze arbeidsmobiliteit is het huidige systeem niet berekend.

 

Jongeren en inkomensproblemen

Extra aandacht vraagt de LCR bij jongeren die in de Participatiewet zijn ‘ondergebracht’ en als gevolg van problemen in de thuissituatie niet thuis kunnen wonen. Dit betekent een enorme belasting voor ouders. Veel jongeren vragen geen uitkering aan, omdat ze denken dat ze er geen recht op hebben. Een ander deel krijgt te maken met een vermogenstoets, inkomenstoets en kostendelersnorm. Ze krijgen dan soms een verlaagde uitkering of komen  in sommige gevallen helemaal niet in aanmerking voor bijvoorbeeld aanvullende bijstand. Dit betekent een aanslag op het inkomen van ouders. Ze vallen, volgens de overheid, onder de onderhoudsplicht van ouders. Ouders worden hierdoor financieel zwaar getroffen, zeker als kinderen als gevolg van problemen niet meer thuis kunnen wonen!

Ouders die een kind met een beperking opvoeden, zo meent de LCR, verdienen daarom meer steun bij deze begeleiding. Door het versterken van de inkomenspositie van het kind, kan deze financiële last van de ouders worden verminderd. Ook gaat de LCR serieus aan de slag met de inkomenspositie van jongeren met een beperking om de financiële zelfredzaamheid volgens het VN-verdrag te vergroten. Dat aspect is nu nog niet goed geregeld in de wijzigingen in de Participatiewet.

 

Ouders van een jongere met een beperking: 
Overal moet je weer opnieuw in overleg; met indicatiestellingen, testen en keuringen. Om er na een keukentafelgesprek achter te komen dat er echt tweedelijns zorg nodig is. In de afgelopen jaren is dit een moeizaam traject geweest met best wat schade tot gevolg. We zijn nu bezig om ons leven weer op te pakken.